ECLI:NL:RVS:2024:4124
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens Dublinoverdracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 februari 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de minister op 6 mei 2024 de overdrachtstermijn voor de Dublinoverdracht aan Frankrijk had verlengd tot 20 mei 2025, waardoor partijen belang hadden bij behandeling van het hoger beroep. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht was en nam de motivering van de rechtbank over.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.