ECLI:NL:RVS:2024:412
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Bij besluit van 18 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 5 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar pas op 4 maart 2024 van rechtswege eindigt. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
Verder werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalde dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij het einde van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling zal meedelen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.