ECLI:NL:RVS:2024:4095
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- C.J. Borman
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas met geschil over verkeersafwikkeling, natuurwaarden en vaarverbod
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde op 30 mei 2022 hogere waarden vast voor het bestemmingsplan 'Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas', dat op 13 oktober 2022 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van 700 woningen, een school, horeca, energie-eilanden en recreatiegebied in Leidsche Rijn. Diverse appellanten, waaronder bewoners, de Algemene Utrechtse Hengelaars Vereniging (AUHV) en natuurverenigingen, voerden beroep aan tegen het plan.
De bewoners vreesden aantasting van hun woon- en leefklimaat door verkeersdrukte op de Schoolstraat. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich voldoende had vergewist van een aanvaardbare verkeersafwikkeling en dat verkeersmaatregelen in de uitvoeringsfase horen. De AUHV stelde bezwaar tegen het vaarverbod op de westelijke plas en het planologische regime dat sportvisserij beperkt. De Afdeling vond dat het besluit over het vaarverbod niet zorgvuldig tot stand was gekomen en vernietigde dat onderdeel, maar verwierp de overige bezwaren van AUHV.
De Vereniging en de Stichting klaagden over de milieueffectrapportage en natuurwaarden. De Afdeling concludeerde dat de raad terecht geen volledige m.e.r.-procedure nodig achtte, de stikstofdepositie en soortenbescherming adequaat had beoordeeld en dat het plan niet in strijd was met natuurwetgeving. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de AUHV.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het vaarverbod op de westelijke Haarrijnse plas wordt vernietigd, overige beroepen worden ongegrond verklaard.