ECLI:NL:RVS:2024:408
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming van de vreemdeling op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft bij uitspraak van 5 februari 2024 geoordeeld dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming doorloopt tot 4 maart 2024 en dat het besluit van de staatssecretaris om deze bescherming per 4 september 2023 te beëindigen niet juist is.
De Afdeling heeft daarom het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 18 augustus 2023 vernietigd. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming op 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.