ECLI:NL:RVS:2024:402
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024, dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming moet worden gehandhaafd tot 4 maart 2024 en niet reeds per 4 september 2023 kan eindigen. De Raad van State vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep, tot een bedrag van € 1.750,00. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 februari 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.