ECLI:NL:RVS:2024:3962
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst naar Nederland wegens niet voldoen aan speciale voorziening
Appellanten, een Afghaanse vrouw en haar drie kinderen verblijvend in Iran, verzochten de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren op grond van hun werkzaamheden voor EUPOL in Afghanistan.
De minister wees de aanvraag af omdat appellanten niet voldeden aan de criteria van de speciale voorziening uit de Kamerbrief van 11 oktober 2021. De kern van het geschil betrof de vraag of appellanten vielen onder de groep personen die ten minste een jaar structureel substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse functionaris van EUPOL hebben verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij specifiek voor een Nederlandse functionaris hadden gewerkt, een vereiste voor de speciale voorziening. Daarnaast was de motivering van het besluit voldoende en was het beleid niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot overkomst wordt bevestigd.