ECLI:NL:RVS:2024:3925
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor teruggekeerde Syriër
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 oktober 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, met de Syrische nationaliteit en teruggekeerd na een eerdere vertrek uit Syrië, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag. Op 16 mei 2024 verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:3175) dat het beleid van de minister, neergelegd in paragraaf C7/33.4.4 van de Vreemdelingenwet 2000, een juiste bewijslastverdeling hanteert bij de beoordeling van het reële risico op ernstige schade voor teruggekeerde Syriërs. Hierdoor faalt de eerste grief van de appellant. Het hogerberoepschrift bevat verder geen relevante vragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.