ECLI:NL:RBDHA:2024:7756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër na vrijwillige terugkeer en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Syriër, diende op 14 februari 2022 een asielaanvraag in met het argument dat hij bij terugkeer naar Syrië een gevangenisstraf riskeert vanwege het niet gehoorzamen aan een oproep voor reservistendienst en vanwege de onveilige situatie in Syrië.
Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar twijfelde aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen over de reservistendienst. Eiser was in november 2019 vrijwillig teruggekeerd naar Syrië en had daar tot mei 2021 zonder substantiële problemen verbleven, waarbij hij contact had met Syrische autoriteiten voor officiële documenten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De bewijslast lag bij eiser, die tegenstrijdige verklaringen gaf en onvoldoende bewijs leverde, waaronder een onvoldoende onderbouwde oproep voor reservistendienst. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de situatie van zijn broer niet vergelijkbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.