ECLI:NL:RVS:2024:3909
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verzoek opvang bij hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 30 april 2024 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 20 augustus 2024 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege de omstandigheden rondom opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië, zoals aan de orde was in een andere zaak. Omdat de procedure voor het hoger beroep zich niet leent voor dit onderzoek, werd besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen (uitgezet) totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 27 september 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.