ECLI:NL:RVS:2024:383
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van uitspraak bestuursrechtelijke zaak Belastingdienst/Toeslagen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek van verzoeker om herziening van haar uitspraak van 31 mei 2023, waarin het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland was afgewezen.
Verzoeker stelde nieuwe feiten en omstandigheden aan de orde die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Afdeling oordeelde echter dat deze feiten en omstandigheden verzoeker al vóór de uitspraak bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn, zodat niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro voor herziening.
Tijdens de zitting op 17 januari 2024 werd bevestigd dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden kon aandragen. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om het geschil opnieuw te behandelen of om argumenten die eerder hadden kunnen worden aangevoerd alsnog te presenteren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van 31 mei 2023 wordt afgewezen.