ECLI:NL:RVS:2023:2095
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering zorgtoeslag 2018
De Belastingdienst/Toeslagen kende appellant in december 2017 een voorschot zorgtoeslag toe van €344 voor 2018. In februari 2020 werd de definitieve zorgtoeslag vastgesteld op €128, waardoor appellant €216 plus €5 rente moest terugbetalen. Appellant maakte bezwaar tegen een informatieve brief over de terugvordering, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en stelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig bezwaar had gemaakt tegen het definitieve besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel tijdig bezwaar had gemaakt en dat de rechtbank niet eerlijk en onpartijdig was, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State oordeelde dat het dossier alleen het te late bezwaar bevat en appellant geen bewijs leverde van eerder bezwaar. De eerdere uitspraak werd bevestigd en de Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.