ECLI:NL:RVS:2024:3794

Raad van State

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
202400272/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:115 Awbparagraaf C7/33.4.4 Vc 2000
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in zaak verblijfsvergunning Syriër

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 juni 2023 de aanvraag van een Syriër om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.

De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de presumptie van een reëel risico op ernstige schade voor Syriërs niet op deze vreemdeling van toepassing was.

De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak moet betrekken. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.

Uitspraak

202400272/1/V2.
Datum uitspraak: 23 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 december 2023 in zaak nr. NL23.20104 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 14 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. K. Yousef, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister betoogt in de enige grief terecht dat de vreemdeling wegens zijn herhaaldelijke eerdere terugkeer naar Syrië onder het beleid over teruggekeerde Syriërs valt, neergelegd in paragraaf C7/33.4.4 van de Vc 2000 ten tijde van belang. In de uitspraak van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3175, heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister in het beleid uitgaat van een juiste bewijslastverdeling in de individuele beoordeling van het reële risico op ernstige schade voor vreemdelingen met de Syrische nationaliteit die na een eerder vertrek uit Syrië opnieuw naar en van dat land zijn gereisd. De Afdeling is dus van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de presumptie dat Syriërs een reëel risico op ernstige schade lopen, niet op de vreemdeling van toepassing is. Vergelijk bovenstaande uitspraak van de Afdeling, onder 4.2. Dit betekent dat de grief wat betreft de algemene bewijslastverdeling slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling wijst de zaak naar de rechtbank terug om door haar te worden behandeld, waarbij zij het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak in acht neemt (artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb). Dit betekent dat de rechtbank de van haar uitspraak onbesproken gelaten gronden van beroep, onder meer over de individuele beoordeling van het reële risico op ernstige schade, alsnog moet bespreken. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 december 2023 in zaak nr. NL23.20104;
III.      wijst de zaak naar de rechtbank terug.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2024
979