ECLI:NL:RVS:2024:3793
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning Syriër na herhaalde terugkeer
De vreemdeling, een Syriër geboren in 1980, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 september 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 22 december 2023 gegrond wegens motiveringsgebreken en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat in het besluit toetsingskaders over dienstweigering door elkaar liepen en dat de motivering onvoldoende was. Ook was de rechtbank onjuist in haar oordeel dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd dat de presumptie van een reëel risico op ernstige schade voor Syriërs niet op de vreemdeling van toepassing was.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling zijn militaire dienstplicht had vervuld en geen oproep als reservist had ontvangen. De minister had alle persoonlijke omstandigheden betrokken, waaronder het probleemloze aanvragen van een paspoort en legale in- en uitreis naar Syrië. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt alsnog ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.