ECLI:NL:RVS:2024:3683
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarbij de aanvraag geheel werd ingewilligd. Hierdoor had de vreemdeling het doel van de procedure bereikt en bestond er geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
De Afdeling overwoog tevens dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van een verlenging van de beslistermijn met negen maanden. Daarom veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over het niet tijdig nemen van het besluit ging.
De vreemdeling had geen beroepsgronden ingediend tegen het besluit van 17 oktober 2023, zodat geen beroep van rechtswege was ontstaan. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van de griffier, en uitgesproken in het openbaar op 12 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.