ECLI:NL:RVS:2024:3652
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling ten onrechte in bewaring gesteld wegens onrechtmatig verblijf
De vreemdeling, met de Poolse nationaliteit, werd bij besluit van 7 april 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 3 juni 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat het verwijderingsbesluit van 27 mei 2022 niet langer van kracht was, omdat hij na zijn terugkeer in Nederland in september 2023 rechtmatig verblijf had verkregen door arbeid bij een tuinbouwbedrijf. De Raad van State oordeelde dat dit een materiële wijziging van omstandigheden vormde, waardoor het verwijderingsbesluit niet langer van toepassing was en het verblijf rechtmatig was.
De maatregel van bewaring was daarom vanaf het begin onrechtmatig. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van €1.330,00 over de periode van 7 tot en met 19 april 2024. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten van €2.625,00.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig, het beroep is gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend.