ECLI:NL:RVS:2024:3496
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale recreatiewoning met dwangsom en schorsing
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug legde op 28 januari 2021 een last onder dwangsom op aan appellant wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een recreatiewoning en twee overkappingen die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Appellant werd verplicht de overtreding binnen zes maanden te beëindigen door verwijdering of aanpassing van de recreatiewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om af te zien van handhavend optreden. Er was geen concreet zicht op legalisatie, handhaving was niet onevenredig en het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden.
De hoogte van de dwangsommen werd als proportioneel beoordeeld. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tegelijkertijd werd op verzoek van appellant de last onder dwangsom geschorst voor vier maanden om partijen de gelegenheid te geven tot overleg en mogelijke minnelijke oplossing, mede vanwege de inmiddels verleende omgevingsvergunning en het nieuwe bestemmingsplan met ruimere bouwmogelijkheden.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd, met schorsing van de last onder dwangsom voor vier maanden.