ECLI:NL:RVS:2024:3418
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht Waterwet voor dijkversterking Gorinchem-Waardenburg
Het college legde op 31 oktober 2022 een gedoogplicht op aan appellant voor werkzaamheden in het kader van het projectplan dijkversterking Gorinchem-Waardenburg. Appellant, eigenaar van meerdere percelen, voerde aan dat het college onvoldoende serieuze pogingen had gedaan tot minnelijke overeenstemming en dat de schadeloosstelling onvoldoende was, mede vanwege de aanwezigheid van een zomerkade en de waarde van klei.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college voldoende pogingen had gedaan en dat het aanbod niet onredelijk was. In hoger beroep stelde appellant dat het college onjuiste uitgangspunten hanteerde en dat de belangen onteigening vorderden vanwege blijvende gebruiksbeperkingen. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, overwegende dat het projectplan in rechte onaantastbaar is, het schadebod niet onredelijk is, en het ruimtebeslag relatief gering is met behoud van bereikbaarheid.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de gedoogplicht blijft gehandhaafd.