ECLI:NL:RVS:2024:3288
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens bezit inbrekerswerktuigen in auto
Appellant werd op 20 maart 2019 staande gehouden tijdens een verkeerscontrole in Amstelveen. De politie trof in de auto twee Torx schroevendraaiers en een lockpicker aan, die als inbrekerswerktuigen werden aangemerkt. Het college legde appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amstelveen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onvoldoende motivering van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde hoger beroep in en betwistte onder meer de rechtmatigheid van de doorzoeking en de kwalificatie van de voorwerpen als inbrekerswerktuigen, alsmede zijn wetenschap daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank terecht uitging van de tweede en derde bestuurlijke rapportages, die op ambtsbelofte zijn ondertekend en geen aanwijzingen bevatten voor onzorgvuldigheid. De politie had op grond van de antecedenten en het aantreffen van de Torx schroevendraaiers een heterdaadssituatie, waardoor de doorzoeking gerechtvaardigd was. Ook is aannemelijk dat appellant zich bewust was van de aanwezigheid van de voorwerpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.