ECLI:NL:RVS:2024:3192
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 april 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 18 juli 2024 het besluit vernietigde en de rechtsgevolgen daarvan in stand liet.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen, en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, het hoger beroep verworpen en de proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De procedure werd afgesloten met een openbare uitspraak op 7 augustus 2024 door voorzieningenrechter J.H. van Breda.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.