ECLI:NL:RVS:2024:316
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit staatssecretaris over beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 28 oktober 2022 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer bezit. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 6 februari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 2 oktober 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet geen aanleiding tot nadere motivering omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer heeft en verklaart het hoger beroep ongegrond.