ECLI:NL:RVS:2024:3130
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 24 april 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de relevante rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024.
De Afdeling zag geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.