ECLI:NL:RVS:2024:307

Raad van State

Datum uitspraak
26 januari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
202400029/4/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep van de burgemeester van Heerenveen tegen uitspraak rechtbank Noord-Nederland inzake besluiten op bezwaar

In deze zaak heeft de burgemeester van Heerenveen hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 december 2023. De rechtbank had de beroepen van de wederpartijen gegrond verklaard en de besluiten op bezwaar van 14 april 2023 vernietigd. De burgemeester werd opgedragen om binnen zes weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. In het hoger beroep verzocht de burgemeester de voorzieningenrechter van de Afdeling om een voorlopige voorziening te treffen. De burgemeester heeft een aantal gedingstukken overgelegd en verzocht om beperking van de kennisneming van deze stukken op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij stelde dat de stukken gegevens bevatten die de persoonlijke levenssfeer van derden raken en dat deze gegevens beschermd moeten worden.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de overgelegde gedingstukken beoordeeld en vastgesteld dat deze stukken bekend zijn bij de wederpartijen en deel uitmaken van het dossier. De Afdeling oordeelde dat zolang er geen derden zijn die zich hebben gemeld, de burgemeester zich niet kan beroepen op de bescherming van de belangen van derden. De Afdeling concludeerde dat er geen plaats is voor de toepassing van artikel 8:29 Awb op stukken die aan alle betrokken partijen bekend zijn. Daarom werd het verzoek van de burgemeester tot beperkte kennisneming van de stukken afgewezen. De Afdeling besloot de stukken niet te retourneren, maar toe te voegen aan het dossier.

De beslissing werd op 26 januari 2024 openbaar uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer, onder leiding van mr. E.J. Daalder, met mr. Y. Soffner als griffier.

Uitspraak

202400029/4/A3.
Datum beslissing: 26 januari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
de burgemeester van Heerenveen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 20 december 2023 in zaak nr. 22/1987 en 22/1989 in het geding tussen:
[wederpartij A] en [wederpartij B], beide gevestigd te Heerenveen,
en
de burgemeester.
Procesverloop
De burgemeester heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 20 december 2023 in zaak nrs. 22/1987 en 22/1989. In deze uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van [wederpartijen] gegrond verklaard, de besluiten op bezwaar van 14 april 2023 vernietigd en de burgemeester opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester hoger beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De burgemeester heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft hier de volgende stukken:
-         Advies LBB van 17 september 2021 over [wederpartij A] inclusief aanbiedingsbrief
-         Advies LBB van 17 september 2021 over [wederpartij B] inclusief aanbiedingsbrief
-         Aanvullend advies LBB van 5 november 2021 over [wederpartij A] inclusief aanbiedingsbrief
-         Aanvullend advies LBB van 5 november 2021 over [wederpartij B] inclusief aanbiedingsbrief
Overwegingen
1.       De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Hij heeft dit als volgt toegelicht.
Delen van de stukken waarop het verzoek betrekking heeft, bevatten gegevens met betrekking tot een derde als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De gegevens bevatten ook persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van deze derden dient te worden beschermd.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De Afdeling heeft kennisgenomen van de door de burgemeester overgelegde gedingstukken en stelt voorop dat de stukken op de zaak betrekking hebbende stukken zijn. Zij overweegt verder als volgt.
De stukken die de burgemeester heeft overgelegd zijn bekend bij [wederpartijen] en zitten ook in het dossier dat aan de Afdeling is voorgelegd. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 16 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:100, al heeft overwogen, zijn er geen derden die zich hebben gemeld. Zolang die zich niet hebben gemeld, kan de burgemeester zich er niet op beroepen dat het belang van derden moet worden beschermd, nog daargelaten dat de burgemeester in het geheel niet heeft geconcretiseerd wie deze derden zouden zijn. Voor toepassing van artikel 8:29 Awb op stukken die aan alle in een geding betrokken partijen bekend zijn is geen plaats.
4.       Al om deze redenen acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken niet gerechtvaardigd.
5.       Het verzoek dient te worden afgewezen. Omdat de stukken bij alle partijen bekend zijn, zal de Afdeling de stukken niet retourneren, maar toevoegen aan het dossier.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2024