ECLI:NL:RVS:2024:3029
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 augustus 2022 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar op 10 maart 2023 ongegrond. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, welke op 31 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de staatssecretaris en de rechtbank en maakt een einde aan de procedure betreffende de afwijzing van de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee de afwijzing van de aanvraag wordt bevestigd.