ECLI:NL:RVS:2024:287
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige bewaring vreemdeling en toekenning proceskosten
Bij besluit van 2 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Op 19 oktober 2023 oordeelde de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was en kende zij schadevergoeding toe aan de vreemdeling.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hiermee de rechtsbescherming van de vreemdeling gewaarborgd door de onrechtmatige bewaring te erkennen en de staatssecretaris financieel te laten bijdragen aan de gemaakte proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toekenning van proceskosten aan de vreemdeling.