ECLI:NL:RVS:2024:2866

Raad van State

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
13 juli 2024
Zaaknummer
202203957/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
  • N.H. van den Biggelaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek beperkte kennisneming stukken in hoger beroep paspoortweigering

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de afwijzing van een paspoort. De minister van Buitenlandse Zaken heeft gedingstukken overgelegd die persoonsgegevens bevatten en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis neemt van deze stukken, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant stemt in met toepassing van artikel 8:29 Awb Pro. De Afdeling heeft vervolgens een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken persoon. Omdat onduidelijk is of de persoonsgegevens betrekking hebben op appellant, weegt het privacybelang zwaarder.

De Afdeling besluit daarom het verzoek van de minister tot beperkte kennisneming van de stukken toe te wijzen. Dit betekent dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van de betreffende documenten. Het geschilpunt of de gegevens persoonsgegevens van appellant zijn, zal in de bodemprocedure worden beoordeeld.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van stukken wordt toegewezen, alleen de Afdeling mag kennis nemen van de stukken.

Uitspraak

202203957/2/A3.
Datum beslissing: 15 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats/land],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 mei 2022 in zaak nr. 21/1747 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Buitenlandse Zaken.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 mei 2022 in zaak nr. 21/1747. Het geding gaat over de afwijzing van een paspoort.
De minister heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft een rapport van nader gehoor met correcties en aanvullingen en een persoonslijst.
[appellant] heeft een reactie op het verzoek ingediend.
Overwegingen
1.       De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De gedingstukken bevatten persoonsgegevens over een persoon. De minister vindt dat die informatie moet worden beschermd.
2.       [appellant] gaat akkoord met de toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb op deze stukken.
3.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4.       De Afdeling heeft kennisgenomen van de stukken. Zij stelt vast dat deze informatie bevatten over een persoon. [appellant] stelt deze persoon te zijn, maar de minister weerspreekt dat. Dit geschilpunt moet in de bodemzaak worden beantwoord. Of de informatie uit de gedingstukken persoonsgegevens van [appellant] zijn, kan dus in deze fase niet met zekerheid worden vastgesteld. Onder deze omstandigheden weegt het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de persoon om wie het gaat zwaarder dan het belang van [appellant] om kennis te nemen van de informatie.
5.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2024
290