ECLI:NL:RVS:2024:2860
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na intrekking hoger beroep asielaanvraag wegens overschrijding beslistermijn
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling overwoog dat een proceskostenveroordeling kan plaatsvinden indien de minister de vreemdeling tegemoet is gekomen of het belang bij een uitspraak anderszins door zijn toedoen is vervallen. Hoewel prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie nog onbeantwoord zijn, achtte de Afdeling het aannemelijk dat de minister de beslistermijn voor de asielaanvraag rechtmatig met negen maanden had verlengd. Desondanks was de beslistermijn van vijftien maanden overschreden.
De minister had op 29 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd, waarmee het belang bij het hoger beroep verviel. De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over de overschrijding van de beslistermijn ging.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50 wegens overschrijding van de beslistermijn.