ECLI:NL:RVS:2024:285
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 april 2021 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 15 juli 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom was verdere motivering niet nodig.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. E. Steendijk op 25 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.