ECLI:NL:RVS:2024:285

Raad van State

Datum uitspraak
25 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
202202785/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:54 AwbArt. 91, tweede lid, Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling door staatssecretaris

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 april 2021 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 15 juli 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde.

De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom was verdere motivering niet nodig.

De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. E. Steendijk op 25 januari 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202202785/1/V1.
Datum uitspraak: 25 januari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 april 2022 in zaak nr. 21/4573 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.S. Blom, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft nadere stukken overgelegd.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 8 tot en met 9.4 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2024
488-1046