ECLI:NL:RVS:2024:2825
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen last onder dwangsom voor bouwwerk in afwijking van vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland legde aan appellant een last onder dwangsom op omdat de bouw van een tuinkamer op zijn perceel groter zou zijn dan vergund. Appellant stelde dat de tuinkamer vergunningvrij mocht worden gebouwd omdat deze in het achtererfgebied lag. De rechtbank oordeelde dat de tuinkamer niet in het achtererfgebied lag en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte de westelijke gevel als voorgevel aanmerkte, terwijl de zuidelijke gevel feitelijk de voorgevel is vanwege de ligging van de voordeur, het huisnummer en de brievenbus. De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan geen duidelijke voorgevelrooilijn gaf en dat de feitelijke situatie doorslaggevend is. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast kende de Afdeling appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Het college moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden. Tegen het nieuwe besluit kan alleen bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak rechtbank worden vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.