ECLI:NL:RVS:2024:2798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening zorg- en huurtoeslag na wijziging verzamelinkomen appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van de zorg- en huurtoeslagen over de jaren 2016, 2017 en 2018 door de Belastingdienst/Toeslagen. Deze herzieningen waren gebaseerd op een gewijzigde vaststelling van het verzamelinkomen, dat als toetsingsinkomen wordt gebruikt voor de toeslagen.
De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij is meegewogen dat appellant ook bezwaar had gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting die het verzamelinkomen vaststelden. Dit bezwaar was eveneens afgewezen, en het gerechtshof Amsterdam heeft deze afwijzing bevestigd.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht is uitgegaan van het juiste toetsingsinkomen. De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
De Afdeling beperkt zich in haar beoordeling tot de hoogte van de toeslagen en geeft geen oordeel over overige aangevoerde gronden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 10 juli 2024.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.