ECLI:NL:RVS:2024:2770
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 14 juli 2021 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 28 februari 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming rechtvaardigen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is op 8 juli 2024 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.