ECLI:NL:RVS:2024:2720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bestuursdwang en dwangsommen recreatiepark Someren
Deze zaak betreft het hoger beroep van WL de Heihorsten B.V. en anderen tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en een last onder dwangsom op te leggen wegens werkzaamheden zonder vergunning op een recreatiepark in Someren.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat Heihorsten volgens haar geen rechtstreeks belang had bij het handhavingsbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat Heihorsten als initiatiefnemer, ontwikkelaar, vergunninghouder, verkoper en exploitant van het recreatiepark wel degelijk een zelfstandig en rechtstreeks belang heeft bij het besluit, omdat het handhavingsbesluit het project stillegde en directe financiële en operationele gevolgen had.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het college dient een nieuw besluit te nemen waarbij het oude recht van toepassing blijft zolang dezelfde overtreding voortduurt. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college dient een nieuw besluit te nemen waarbij Heihorsten als belanghebbende wordt erkend.