ECLI:NL:RVS:2024:270
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onterecht opgelegde boete voor onttrekking woning aan woningvoorraad
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde een boete van €10.000,- op aan de eigenaren van een souterrainwoning wegens onttrekking van de woning aan de woningvoorraad, nadat was geconstateerd dat de woning onzelfstandig werd bewoond door meer dan drie personen en later een hennepkwekerij werd aangetroffen.
Appellant, mede-eigenaar, werd in de gelegenheid gesteld de overtreding te beëindigen, maar dit vond niet tijdig plaats. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €5.000,-, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat appellant de overtreding heeft aanvaard, mede omdat de hennepkwekerij kort aanwezig was en appellant een vastgoedbeheermaatschappij had ingeschakeld. De boete is daarom ten onrechte opgelegd en wordt vernietigd.
Daarnaast is de redelijke termijn overschreden, waardoor appellant recht heeft op een schadevergoeding van €500,-. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van de schadevergoeding. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en appellant krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.