ECLI:NL:RVS:2024:2640
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 18 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen te bevorderen. Er werd geen reden gezien om de bewaring onrechtmatig te achten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; bewaring vreemdeling blijft gehandhaafd.