ECLI:NL:RVS:2024:2593
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugsgerelateerde overlast in Den Haag
De burgemeester van Den Haag heeft op 2 november 2020 besloten een woning aan een locatie in Den Haag voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege drugsgerelateerde overlast. De woning stond bekend als drugspand met een voortdurende aanloop van gebruikers en dealers, wat overlast veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, ook al was geen handelshoeveelheid drugs aangetroffen. Dit oordeel was gebaseerd op meldingen van omwonenden, politieobservaties en verklaringen van bezoekers en de bewoner zelf, waaruit bleek dat drugs werden verstrekt vanuit de woning.
De appellant voerde aan dat er geen drugsverkoop plaatsvond, maar alleen gebruik. De Raad van State stelde echter vast dat de burgemeester terecht het besluit nam, gelet op de bestuurlijke rapportages, politieobservaties en de omstandigheden dat er sprake was van kortstondige bezoeken kenmerkend voor drugshandel.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning bevestigd.