ECLI:NL:RVS:2024:2527
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na Dublinverordening
De vreemdeling diende op 12 juli 2021 een asielaanvraag in die aanvankelijk niet in behandeling werd genomen vanwege de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk was. Nederland werd later verantwoordelijk omdat de overdracht aan Italië niet tijdig plaatsvond. De staatssecretaris verleende uiteindelijk een verblijfsvergunning met ingang van 4 mei 2022, de datum van een tweede aanvraag.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen de vaststelling van deze ingangsdatum. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat in een dergelijke situatie de oorspronkelijke aanvraagdatum bepalend is voor de ingangsdatum van de vergunning.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover het de ingangsdatum betreft. De ingangsdatum wordt vastgesteld op 12 juli 2021. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €875,00.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt vastgesteld op 12 juli 2021 en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd.