ECLI:NL:RVS:2024:2442
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris en rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.