ECLI:NL:RVS:2024:2426
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 maart 2024 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 17 mei 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard, is de uitspraak van de rechtbank bevestigd en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.