ECLI:NL:RVS:2024:2420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na niet-rijgeschiktheidsbesluit CBR op basis van psychiatrisch rapport
Appellant verzocht het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om schadevergoeding wegens het besluit van 5 april 2022 waarin hij niet rijgeschikt werd verklaard. Dit besluit was gebaseerd op een psychiatrisch rapport van Barbier, dat onder meer urineonderzoek gebruikte om drugsgebruik vast te stellen. Appellant betwistte de zorgvuldigheid van dit rapport en stelde dat het urineonderzoek onbetrouwbaar was.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het besluit niet onrechtmatig was. Het CBR mocht volgens de rechtbank afgaan op het rapport van Barbier, dat zorgvuldig was opgesteld en waarvan de conclusies begrijpelijk waren. Appellant stelde in hoger beroep dat een confirmatietest had moeten worden uitgevoerd en dat informatie over zijn cocaïnegebruik onterecht was gebruikt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant op de hoogte was van de mogelijkheid tot een confirmatietest en dat het CBR terecht het rapport van Barbier als basis voor het besluit gebruikte. Ook vond de Afdeling geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het rapport of de begrijpelijkheid van de redenering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek tegen het CBR wordt bevestigd.