ECLI:NL:RVS:2024:2386

Raad van State

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
12 juni 2024
Zaaknummer
202402837/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep voortduren bewaring vreemdeling

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen het voortduren van deze bewaring bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 april 2024 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep betrekking heeft op het voortduren van de maatregel van bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens artikel 84, aanhef en onder a, van die wet is tegen het voortduren van de bewaring geen hoger beroep mogelijk.

Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster, op 12 juni 2024.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.

Uitspraak

202402837/1/V3.
Datum uitspraak: 12 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 april 2024 in zaak nr. NL24.17589 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 30 april 2024 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.A. Palm, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024
47