ECLI:NL:RVS:2024:2357
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 januari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 15 mei 2024 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 10 juni 2024 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen ontvangt gedurende deze periode.
De staatssecretaris is veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 875,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en betreft een voorlopige voorziening op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.