ECLI:NL:RVS:2024:2345
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid overhandigde vertrouwelijke stukken en verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis zou mogen nemen van deze stukken.
De stukken bevatten persoonsgegevens van betrokkenen in de primaire besluitvormingsfase, zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. De staatssecretaris stelde dat openbaarmaking aan de vreemdeling het risico op ongewenste benadering of lastigvallen van deze personen met zich meebrengt. Bovendien waren deze gegevens niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS II).
De Afdeling heeft de vertrouwelijke stukken ingezien en afgewogen tussen het belang van de vreemdeling bij kennisneming en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Gezien het beperkte belang van de vreemdeling en het feit dat geschoonde versies al beschikbaar waren, oordeelde de Afdeling dat het belang van privacy zwaarder weegt.
Daarom werd het verzoek van de staatssecretaris tot beperkte kennisneming van de stukken toegewezen, waarmee de vreemdeling geen toegang krijgt tot de vertrouwelijke gegevens. De uitspraak werd op 7 juni 2024 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Verzoek tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen ter bescherming van persoonlijke levenssfeer.