ECLI:NL:RVS:2020:2660
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisname van vertrouwelijke stukken in hoger beroep tegen AP-handhavingsbesluit inzake DBC-informatiesysteem
De Burgerrechtenvereniging stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over het niet-handhaven door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) tegen het verzamelen en verstrekken van gegevens via het Diagnose-behandelcombinatie-informatiesysteem (DBC-informatiesysteem) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
De AP verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat slechts de Afdeling bestuursrechtspraak kennis zou nemen van bepaalde vertrouwelijke bijlagen die technische informatie bevatten over ICT-systemen van de NZa en het Centraal Planbureau (CPB), en waarin namen van medewerkers waren weggelakt ter bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.
De Afdeling heeft de vertrouwelijke bijlagen bestudeerd en geoordeeld dat openbaarmaking van de technische details de informatiebeveiliging van de betrokken ICT-systemen ernstig zou kunnen schaden door het risico op ongeautoriseerde toegang en misbruik. Daarnaast werd het belang van de persoonlijke levenssfeer van medewerkers zwaarder gewogen dan het belang van de Burgerrechtenvereniging bij kennisname van hun namen.
Daarom heeft de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisname van de vertrouwelijke stukken toegewezen, waarmee de stukken alleen toegankelijk zijn voor de Afdeling zelf en niet voor partijen of derden.
Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisname van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen ter bescherming van ICT-beveiliging en persoonlijke levenssfeer.