ECLI:NL:RVS:2024:2344
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.Th. Drop
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 8 maart 2023 een vreemdeling in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond, vernietigde het besluit en kende een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van de overdracht van de vreemdeling. De vreemdeling was al geruime tijd in beeld en had een opvolgende asielaanvraag ingediend, maar de staatssecretaris verrichtte pas op de tiende dag van de bewaring een daadwerkelijke handeling. Dit leidt tot de conclusie dat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de schadevergoeding werd vastgesteld op €1.000,00, en in plaats daarvan wordt een hogere vergoeding van €1.600,00 toegekend voor de periode van 8 maart tot 23 maart 2023. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €875,00. Het hoger beroep wordt verder ongegrond verklaard en de overige onderdelen van de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard, de bewaring is onrechtmatig vanaf het begin, en een schadevergoeding van €1.600 wordt toegekend.