ECLI:NL:RVS:2024:2295
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 juni 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toe te kennen af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems op 5 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.