ECLI:NL:RVS:2024:2269
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuw feiten of veranderde omstandigheden zijn voor verblijfsvergunning Turkse zelfstandige
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. De staatssecretaris heeft deze aanvragen steeds afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en de afwijzing vernietigd vanwege een onjuist toetsingskader en vermeende schending van de hoorplicht.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de rechtbank ten onrechte een inhoudelijk oordeel gaf over de aangeleverde stukken en dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat de staatssecretaris redelijkerwijs van het horen kon afzien gezien de situatie.
De vreemdeling voerde verder aan dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, maar de Raad van State wijst deze gronden af omdat onvoldoende omstandigheden zijn aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard aantonen. Ook het terugkeerbesluit is rechtsgeldig en staat vast.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de aanvraag en het terugkeerbesluit standhouden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.