ECLI:NL:RVS:2024:2239
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met vertrouwensbeginsel bij plaatsing hek op pleintje in Velp
Het college van burgemeester en wethouders van Rheden legde aan appellant een last onder dwangsom op om een hek te verwijderen dat appellant op zijn perceel nabij een pleintje in Velp had geplaatst. Het college stelde dat het hek zonder vergunning was geplaatst in strijd met artikel 2:10A van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), omdat het pleintje een openbare plaats is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het pleintje een openbare weg is in de zin van de Wegenwet en het college bevoegd was tot handhaving.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college onterecht handhavend optrad, omdat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen op een toezegging van medewerkers van de gemeente dat hij een hek tot 1 meter hoog mocht plaatsen. Ook voerde appellant aan dat het pleintje niet als openbare weg kon worden aangemerkt en dat het college het onderhoud niet voldoende had aangetoond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het pleintje wel een openbare weg is, maar dat appellant gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de toezegging dat hij een hek tot 1 meter hoog op de aangegeven plek mocht plaatsen. Het college had onvoldoende rekening gehouden met het belang van appellant en het feit dat het hek de doorgang via de stoep niet belemmerde. Het handhavend optreden was daarom onevenredig en het college had moeten afzien van handhaving.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigde het eerdere besluit en het vonnis van de rechtbank, en herroept het handhavingsbesluit. Tevens werden de proceskosten aan het college opgelegd en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt herroepen wegens strijd met het vertrouwensbeginsel en de handhavingsprocedure wordt beëindigd.