ECLI:NL:RVS:2024:2207
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verblijfsvergunning asiel en ongegrondverklaring hoger beroep
De Stichting Uitbanning Genocide (SUG) verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om twee vreemdelingen ongewenst te verklaren en uit te zetten wegens illegaal verblijf. De staatssecretaris kwalificeerde dit verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en verleende de vreemdelingen verblijfsvergunningen asiel.
De SUG maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de staatssecretaris verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de SUG tegen deze besluiten eveneens niet-ontvankelijk voor zover het rechtstreeks beroep betrof en ongegrond voor het overige.
De SUG stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar dit werd ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder verdere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de SUG wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.