ECLI:NL:RVS:2024:2203
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering toegang Nederland wegens onjuiste toepassing Schengengrenscode
De vreemdeling, houder van de Britse nationaliteit, diende op 5 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige in Nederland. Tijdens de behandeling van deze aanvraag verliet hij Nederland om een familieaangelegenheid in Zuid-Afrika bij te wonen. Bij terugkeer werd hem de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 6, eerste lid, van de Schengengrenscode, omdat hij meer dan 90 dagen binnen 180 dagen in het Schengengebied verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigde de weigering. De vreemdeling stelde echter hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 6 toepaste Pro, aangezien dit artikel alleen geldt voor kort verblijf van maximaal 90 dagen, terwijl de vreemdeling een langdurig verblijf nastreefde via zijn verblijfsvergunningaanvraag.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 augustus 2023 waarin het administratief beroep ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris moet het administratief beroep opnieuw beoordelen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van toegang wordt vernietigd.