ECLI:NL:RVS:2024:2075
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 9 november 2022 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, waarbij werd vastgesteld dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.