ECLI:NL:RVS:2024:2056
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij verzoek om aanwijzing advocaat
Appellant heeft bij de deken van de Orde van Advocaten Midden-Nederland twee verzoeken ingediend om advocaten aan te wijzen, welke beide zijn afgewezen. De deken heeft het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard en appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat appellant reeds meerdere malen is gewezen op de juiste rechtsgang, namelijk het doen van beklag bij het Hof van Discipline tegen beslissingen van de deken op grond van artikel 13 van Pro de Advocatenwet. Appellant heeft ook daadwerkelijk tevergeefs beklag ingediend bij het Hof van Discipline, zodat hij bekend is met de juiste procedure.
De Afdeling constateert dat appellant blijft bezwaren maken en beroep instellen tegen afwijzende reacties van de deken, terwijl hij weet dat deze rechtsmiddelen evident geen kans van slagen hebben. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van het recht om hoger beroep in te stellen.
De deken hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt daarmee definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht om hoger beroep in te stellen.